Ploegend door het naoorlogse landschap van de kruideniersbranche is het onmogelijk om voorbij te gaan aan het fenomeen ‘reiziger’. Dat is niet zomaar iemand die reist. Reizigers zijn mannen die in opdracht van een fabrikant de deuren van de vele levensmiddelenbedrijfjes afgaan om daar te proberen een nieuw product of een nieuwe actie te slijten. Iedere kruidenier besliste immers in die tijd zelf nog wat hij wél of niet wilde verkopen.
Een goed gebekte reiziger was goud waard voor zijn werkgever want hij zorgde ervoor dat zijn product in de schappen lag. Dankzij deze fijnmazige arbeid vanuit de industrie waarin immers veel meer aanbieders in de race zaten dan thans het geval is zat er als gevolg daarvan veel onderscheid in het assortiment van de verschillende kruideniers.

Mixed blessing
Voor de winkeliers golden reizigers als een mixed blessing. Aan de ene kant kon je niet zonder hen, al was het alleen maar omdat ze wel eens een kapotte verpakking voor je omruilden, aan de andere kant konden ze weleens op een erg ongelegen moment vóór je staan. Botheid won het dan wel eens van keurige diplomatie; je klanten kregen immers altijd voorrang dus moest je wel eens iemand terug naar zijn auto sturen vóórdat hij zelfs maar aan het intro van zijn praatje was toegekomen.
Sappige Amsterdammer
Er waren kleurrijke figuren bij. Eén keer per jaar kwam bij ons een sappige Amsterdammer langs met een tas vol Tijgerlijm op zijn rug. Hij reisde uitsluitend per trein. Na een paar Sam- en Moosmoppen inspecteerde hij onze voorraad lijmtubetjes, leverde meteen vanuit zijn rugtas af en vertrok na contante afrekening van de transactie.
Later veranderde dit allemaal. ‘Reizigers’ werden ‘vertegenwoordigers’, later ‘accountmanagers’. Ik vrees dat er in de huidige praktijk weinig meer op de winkelvloer beslist wordt. Feit blijft dat reizigers bijdroegen aan de sfeer binnen de kruidenierswereld van weleer.
Henk Lemckert
Meer lezen in de serie Herinneringen van een kruidenier?
