Eén van de grote veranderingen ten opzichte van vroeger is het enorme verschil in schaalgrootte waarop de levensmiddelenhandel thans plaats vindt. We weten nauwelijks nog dat een eeuw terug bij gebrek aan werk of inkomen mensen spontaan de gordijnen van de roedes aftrokken om in de huiskamer een pappa- en mammawinkeltje te beginnen.
Mijn grootmoeder, weduwe in een Gronings dorp, stuurde vanuit zo’n woonkamerlocatie haar kinderen het dorp in om rond te roepen dat ze verse appels te koop had. In de stedelijke nieuwbouw van vóór de oorlog werd op iedere hoek van de straat een winkel gedisponeerd. Mijn vader had zijn winkel op een plek waar je moeiteloos de namen kon noemen van zes of zeven op zijn lip zittende concurrenten. In de andere branches ging het al net zo. Huisvrouwen konden in hun keukenschort en op hun sloffen de boodschappen doen. Ze hoefden er niet eens de stoep voor af. Pas in deze tijd, waarin hele streken zonder supermarkt dreigen te komen zitten gaan we beseffen hoe een luxe dat feitelijk is geweest.

Die schaalvergroting is natuurlijk het gevolg geweest van de toename van onze welvaart waardoor we uit een steeds groter aanbod wilden kiezen maar we vonden het ook knap makkelijk om in één keer het hele pakket in een karretje te kunnen kieperen. Toch zal ik niet de enige zijn die wel eens even zucht als ik onze AH XL binnenstrompel om daar mijn vier boodschapjes op te gaan zoeken. Ik verslijt daar ieder jaar een paar schoenzolen. Grappig bijkomend verschijnsel is dat de drang om het juist beperkt te houden toch ook bij velen aanwezig blijkt. In een stad als Parijs met zijn immense warenhuizen vind je in iedere wijk ook nog altijd winkeltjes van dertig vierkante meter. Pappa en mamma doen het daar nog steeds goed.
Henk Lemckert
Meer lezen in de serie Herinneringen van een kruidenier?
